
De Rotterdam (V) is één
van
de bekendste naoorlogse
Nederlandse
passagiersschepen, in
dienst van de
Holland-Amerika Lijn. Het
maakte tussen 1959 en eind
2000 het laatste decennium
mee van de
trans-Atlantische
lijnvaart
en was daarna een
succesvol
cruiseschip. Sinds 4
augustus 2008 ligt het
schip voor enkele jaren
aan
het Derde Katendrechtse
Hoofd in de Maashaven in
Rotterdam als toekomstig
drijvend multifunctioneel
centrum.
Inhoud:
1 Ontwerp
2 Bouw
3 Technische gegevens
4 Holland-Amerika Lijn
4.1 Lijnvaart
4.2 Cruisevaart
5 Premier Cruises
6 Behoud
7 Ligplaats
8 Trivia
9 Afbeeldingen
10 Bronnen, noten en/of
referenties
11 Externe links
Ontwerp:
De Rotterdam was
oorspronkelijk ontworpen
als 'running mate' voor
de populaire Nieuw
Amsterdam (II) van 1938,
maar de
ontwerpwerkzaamheden
werden
als gevolg van het
uitbreken van de Tweede
Wereldoorlog stopgezet.
Toen de economische
omstandigheden zodanig
waren verbeterd dat men
begin 1954 opnieuw over de
bouw van het schip ging
nadenken, was het al
duidelijk dat aan de tijd
van het trans-Atlantische
passagiersschip een eind
zou komen. De ontwerpers
hadden dat in het
achterhoofd toen ze een
zeer vernieuwend schip
ontwierpen, een schip met
twee klassen, horizontaal
gescheiden met
verwijderbare wanden en
een
uniek dubbel trappenhuis
dat een eenvoudige ombouw
naar een-klasse
cruiseschip
mogelijk maakte.
De machine-installatie
werd
op driekwart van achteren
geplaatst en in plaats van
schoorstenen kreeg het
schip twee moderne
rookkanalen. Om het schip
toch een gestroomlijnd
profiel te geven werd een
groot dekhuis geplaatst
bovenop de opbouw
midscheeps waar normaal de
schoorsteen zou staan.
Hiermee werd het een voor
die tijd controversieel
schip, maar dit profiel
zou
later baanbrekend blijken
te zijn en diverse
onderdelen van het ontwerp
zijn in latere
cruiseschepen terug te
vinden.
Bouw:
Op 27 oktober 1955
bestelde
de Holland-Amerika Lijn
(HAL) het schip bij de
Rotterdamsche Droogdok
Maatschappij NV (RDM) in
Rotterdam. Op 14 december
1956 werd onder bouwnummer
300 de kiel van het schip
gelegd. De doop en
tewaterlating op 13
september 1958 door
koningin Juliana was een
enorme publiekstrekker,
die
door tienduizenden
belangstellenden aan beide
oevers van de rivier werd
bekeken en met camera's
vastgelegd. Op 11 juli
1959
vond de eerste proefvaart
plaats, van 1 tot en met 6
augustus werden de
technische proefvaarten
gehouden en op 20 augustus
1959 droeg de werf het
schip tijdens de officiële
proefvaart, wederom in
aanwezigheid van koningin
Juliana, aan de HAL over.
Technische gegevens:
De voortstuwing van het
schip bestaat uit 4 ketels
(3 actief, 1 reserve), die
stoom leveren aan 2 triple
expansie Parsons
stoomturbines, alle
gebouwd
door de Koninklijke
Maatschappij De Schelde te
Vlissingen, die elk, door
middel van
dubbele-reductietandwielkas
ten en asleidingen,
gekoppeld zijn aan twee
bronzen, driebladige
schroeven die samen een
vermogen leveren van
35.000
paardenkrachten met 135,5
omwentelingen per minuut.
Holland-Amerika Lijn
Lijnvaart:
In de eerste tien jaar
zette de HAL de Rotterdam
van april tot en met
december voornamelijk in
op
de trans-Atlantische route
Rotterdam-New York, buiten
het seizoen voerde het
schip cruises uit. Zo
vertrok het schip op 3
september 1959 vanuit
Rotterdam voor haar
maidentrip naar New York.
Op deze route werden
meestal Le Havre en
Southampton aangedaan. Het
schip maakte in dit eerste
seizoen maar vier
overtochten, want op 11
december begon ze aan haar
eerste cruise, een
49-daagse reis van 14.878
zeemijlen langs zestien
havens in Midden- en
Zuid-Amerika, gevolgd door
een 75-daagse
vier-continenten-cruise.
In
april 1960 hervatte het
weer de trans-Atlantische
dienst. Dit patroon zou
zich in de daarop volgende
jaren herhalen.
In 1961 (februari - april)
en in 1962 (februari-
april) maakte de s.s.
Rotterdam een cruise
rondom
de wereld. De
reclame-slogan was
'around
the world in eighty
days'.
De reis was geheel
volgeboekt met (vooral)
rijke Amerikanen. De reis
ging van New York de
Atlantische Oceaan over,
de
Middellandse Zee en het
Suez kanaal door naar
India. Vervolgens werden
Taiwan, Hongkong en
Yokohama aangedaan. Hierna
volgde de grote oversteek
naar Hawaï, vervolgens
ging
het via Californië en
Mexico via het Panama
kanaal weer terug naar New
York.
Inmiddels had het
vliegverkeer de
trans-Atlantische
passagierslijnvaart geheel
verdrongen. In 1968
kondigde de HAL daarom aan
dat het de 'grote drie'
in zijn vloot, de Nieuw
Amsterdam (II), Statendam
(IV) en Rotterdam, min of
meer uitsluitend op de
cruisevaart zou gaan
inzetten en hiervoor zou
ombouwen. De Rotterdam
keerde op 3 oktober 1968
terug in Rotterdam van
haar
laatste trans-Atlantische
reis en ging naar de RDM
voor de verbouwing.
Cruisevaart:
Na een twee maanden
durende
verbouwing bij de RDM
waarbij het schip werd
ingericht tot full-time
cruiseschip, vertrok het
op
9 december 1968 weer uit
de
Maasstad. Er ontstond een
min of meer regelmatig
patroon van wintercruises
in het Caraïbisch gebied
en
zomerreizen in Alaska. De
maanden januari tot en met
april waren gereserveerd
voor de traditionele
wereldcruise, die de
Rotterdam al in 1961 van
de
Statendam had overgenomen.
De circa tachtig dagen
durende
rond-de-wereld-cruise van
de HAL werd een begrip en
een steeds groter aantal,
vooral Amerikaanse
passagiers bouwde hierdoor
een langdurige, min of
meer
vaste relatie met het
schip
op.
Door de vooral op de
Amerikaanse markt gerichte
cruisevaart en de
toenemende efficiency bij
de HAL werd de band met
Nederland en de thuishaven
Rotterdam steeds losser.
In
de eerste drie jaar na
ombouw kwam de Rotterdam
nog speciaal vanuit
Noord-Amerika voor de
jaarlijkse dokbeurt naar
Rotterdam, waaraan de
rederij handig twee
trans-Atlantische
overtochten koppelde. Maar
ook dat kon goedkoper, en
vanaf 1972 vond het
onderhoud bij
scheepswerven
in Amerika plaats. Daarmee
was de relatie met
Rotterdam doorbroken, en
na
een laatste dokbeurt in
Rotterdam vertrok het
schip
op 6 oktober 1971 uit haar
thuishaven. Het zou 27
jaar
duren voordat het schip,
onder een andere naam, de
Rotterdamse haven weer zou
aandoen.
Ook andere zaken
veranderden. Nadat al
eerder een modern
gestileerd logo het oude
HAL-beeldmerk van de
middenopbouw had
verdrongen, volgden in de
jaren daarna andere
aanpassingen die het schip
minder vertrouwd maakten:
in april 1973 werd het
onder de goedkopere vlag
van de Nederlandse
Antillen
gebracht en kreeg het
Willemstad als thuishaven
achterop het schip
geschilderd, tegelijk
veranderde de eigenaar
zijn
naam in Holland America
Cruises en in oktober 1973
werd de grijze romp blauw
geschilderd.
Met de opkomst van steeds
modernere en grotere
cruiseschepen, ook voor de
lagere marktsegmenten, en
het verdwijnen van oudere
tonnage bij andere
rederijen, transformeerde
het onder de bijnaam
'Grand Dame' langzaam
tot
een icoon van een voorbije
tijd. Een bepaalde groep
vooral kapitaalkrachtige
passagiers vond dit
aantrekkelijk en koos
juist
daarom voor een cruise op
de Rotterdam. Het schip
bleef daarom een
belangrijke inkomstenbron
voor de maatschappij.
Ook Holland America
Cruises
zag in dat niet iedere
modernisering een
verbetering was en dat
teruggrijpen op het
Nederlandse verleden onder
de vooral Amerikaanse
clientèle goed kon
uitpakken. Vanaf 1986
noemde de rederij zich
weer
Holland America Line en
introduceerde het een
nieuw
logo waarin het oude
beeldmerk was verwerkt. In
1989 werd de divisie
toerisme van de HAL
verkocht aan Carnival
Cruise Lines in Miami,
maar
onder eigen naam
voortgezet. Ook Carnival
maakte graag goede sier
met
de Nederlandse, degelijke
reputatie van de HAL en de
bijzondere plaats die de
Rotterdam inmiddels in de
cruisewereld had
ingenomen.
Dat bleek uit de
investering die Carnival
deed toen het schip in
september 1989 een
grootscheepse renovatie
onderging bij Northwest
Marine Ironworks in
Portland (Oregon).
Toch moest in de jaren
negentig ook de Rotterdam
voldoen aan steeds verder
opgeschroefde
SOLAS-veiligheidseisen,
waarvoor nieuwe
aanpassingen aan het schip
noodzakelijk waren.
Uiteindelijk leek de
rederij dit niet meer
rendabel. Tot treurnis van
een grote schare vaste
cruisegangers kondigde de
HAL daarom in 1997 aan dat
het schip uit de vaart zou
worden genomen en dat een
vervanger was besteld, die
als Rotterdam (VI) in de
vaart zou komen. Met een
'gala finale cruise'
beëindigde de Rotterdam op
30 september 1997 in Fort
Lauderdale haar laatste
cruiseseizoen.
Premier Cruises:
Het schip werd op 3
oktober
1997 in Norfolk (Virginia)
overgenomen door de
Amerikaanse
cruisemaatschappij Premier
Cruises, een maatschappij
die een markt zag in de
exploitatie van oudere,
van
stoomturbines voorziene,
tweedehands schepen. Deze
bracht het schip onder de
vlag van de Bahama's
(thuishaven Nassau) en
herdoopte het in
Rembrandt,
om op die manier de
Nederlandse identiteit en
vaste klanten te behouden.
Het werd in Norfolk en
Freeport (Bahama's)
aangepast aan de nieuwe
veiligheidseisen en maakte
vanaf 8 december 1997 haar
eerste cruise vanuit
Brazilië.
In mei 1998 werd het
vaargebied verlegd naar
Europa, waar het programma
op 26 oktober 1998
eindigde
in Rotterdam, de oude
thuishaven, na 27 jaar
afwezigheid. Het schip
bleef onder veel
belangstelling twee
nachten
over aan de vertrouwde
Wilhelminakade, voordat
het
een klassieke koers
inzette: een
trans-Atlantische
overtocht
via Southampton naar New
York.
Premier Cruises kwam in
2000 echter onverwacht in
financiële problemen en op
14 september werd de
Rembrandt tijdens een
cruise in Halifax (Nova
Scotia) op verzoek van een
Amerikaanse
investeringsbank aan de
ketting gelegd. Nadat de
passagiers het schip
hadden
verlaten werd het op 21
september opgelegd in
Freeport, Bahama's.
Behoud:
Inmiddels was in mei 2001
de Stichting Behoud
Stoomschip Rotterdam
opgericht die zich inzette
voor het behoud van het
schip als maritiem
erfgoed.
Het doel van de stichting
was het schip weer in
Rotterdam af te meren als
statische attractie met
een
nieuwe functie.
Na talloze geruchten en
problemen deed de
investeringsbank het schip
op 1 mei 2003 over aan RDM
BV, een vennootschap van
bedrijvendokter Joep van
den Nieuwenhuyzen, die het
schip onderbracht in een
afzonderlijke
vennootschap:
ss Rotterdam BV. Het
benodigde bedrag, de
schrootwaarde van vijf
miljoen euro, werd
voorgefinancierd door het
Gemeentelijk Havenbedrijf
Rotterdam (GHR). Doel was
het schip om te bouwen tot
drijvend hotel,
restaurant,
congrescentrum en casino
in
Rotterdam.
Na drie jaar en negen
maanden stilgelegen te
hebben, vertrok de
Rotterdam op 17 juni 2004
aan de tros van een
sleepboot uit Freeport
naar
Gibraltar, waar het op 12
juli 2004 werd afgemeerd.
Hier werden de eerste
voorbereidende
werkzaamheden voor de
renovatie uitgevoerd: het
inventariseren van de
verschillende
asbesttoepassingen. In
augustus stonden de oude
naam en thuishaven al weer
op het schip.
Intussen was de ss
Rotterdam BV onderdeel
geworden van financiële
verwikkelingen tussen de
diverse BV's van Joep van
den Nieuwenhuijzen en het
GHR, hetgeen tot het
aftreden van directeur
Willem Scholten leidde.
Korte tijd was het GHR
eigenaar van de Rotterdam,
totdat op 30 juni 2005 het
schip werd verkocht aan
een
nieuwe eigenaar, De
Rotterdam BV, opgericht
door Woningcorporatie
Woonbron en
investeringsmaatschappij
Eurobalance BV (welke zich
later terugtrok), in
samenwerking met het
Albeda
College en Hogeschool
INHOLLAND. De
achtergronden
van de nieuwe eigenaars
worden weerspiegeld in de
nieuwe doelstelling: een
congrescentrum, hotel,
restaurant en
opleidingscentrum,
permanent afgemeerd aan
een
door de gemeente
beschikbaar gestelde kade
aan het Derde
Katendrechtse
Hoofd in het
Rivierkwartier
in de wijk Katendrecht in
Rotterdam.
Op 24 en 25 november 2005
werd de Rotterdam van
Gibraltar versleept naar
Cádiz, waar het in een
droogdok werd gezet om
geheel opnieuw geschilderd
te worden in de originele
kleuren. Inmiddels was
voor
de uiteindelijke
verbouwing
een scheepswerf in Gdansk
uitgekozen. Opnieuw maakte
een sleepboot vast en
vertrok het sleeptransport
op 10 februari 2006 uit
Cádiz. Tijdens de reis
passeerde de Rotterdam op
19 februari de Nederlandse
kust, een moment dat door
een luchtfotograaf werd
vastgelegd. Op 27 februari
meerde het schip af aan
een
pier in Gdansk.
In Gdansk ontstonden
problemen veroorzaakt door
zakken met asbesthoudende
materialen die zich nog
aan
boord bevonden, wat
volgens
de Poolse autoriteiten
verboden was. Langdurige
bureaucratische
verwikkelingen, waarbij
aan
boord nestelende
beschermde
zwaluwen ook nog een rol
speelden, hielden de
geplande werkzaamheden aan
het schip sindsdien tegen.
Uiteindelijk besloten de
Poolse autoriteiten dat de
Rotterdam moest
vertrekken.
Op 25 augustus 2006
vertrok
het schip achter een
sleepboot uit de haven van
Gdansk en op 2 september
kwam het aan in
Wilhelmshaven. Daar werd
het asbest-afval
verwijderd
en werd het schip grondig
gerenoveerd en
gereedgemaakt voor zijn
nieuwe functies in
Rotterdam.
Ligplaats:
Op 2 augustus 2008 vertrok
de Rotterdam uit
Wilhelmshaven achter twee
sleepboten naar Rotterdam.
Daar werd het schip op 4
augustus onder grote
belangstelling
binnengesleept en
afgemeerd
aan het Derde
Katendrechtse
Hoofd. Na verdere
renovaties en aanpassingen
zullen de nieuwe functies
aan boord van het schip
naar verwachting eind 2008
opengaan voor het publiek.
Vanaf februari 2007 is
reeds aan de Brede
Hilledijk 99 een
informatiecentrum geopend
waar men terecht kan voor
een fototentoonstelling en
informatie over
toekomstige
en geplande evenementen.
Het is niet duidelijk voor
hoelang de Rotterdam op
deze plaats afgemeerd zal
blijven. Het
bestemmingsplan voor
Katendrecht meldt dat de
Rotterdam tot 2015 zal
worden afgemeerd.
Tegelijkertijd wordt
gemeld
dat na 10-15 jaar de boot
zal vertrekken, waarna
deze
locatie wordt ontwikkeld
tot woongebied.
Trivia:
De officiële naam, waarmee
het schip ook in het
scheepsregister is
ingeschreven, is altijd
geweest en luidt nog
steeds: Rotterdam. Alle
voor- of achtervoegsels
die
daarbij worden gebruikt
behoren niet tot de naam.
De namen van de
verschillende eigenaren en
stichtingen die zich in de
afgelopen jaren voor de
Rotterdam hebben ingezet
maken dit principe er, met
name voor de media, niet
makkelijker op. Vaak wordt
ss Rotterdam of De
Rotterdam geschreven.
Wanneer echter de
scheepsnaam in de tekst
van
een publicatie via
typografische technieken
geaccentueerd wordt
(bijvoorbeeld door middel
van cursief of
'aanhalingstekens')
dient
dit alleen met Rotterdam
te
gebeuren.
De gebruikte voor- of
achtervoegsels kunnen
diverse zaken rond het
schip tot uitdrukking
brengen. Een schip dat
wordt voortgestuwd door
stoomturbines kreeg in de
jaren vijftig en zestig
vaak het voorvoegsel
"tss" of
"ts"
(turbinestoomschip), dat
tegenwoordig vaak (volgens
sommigen minder juist)
wordt verkort tot
"ss"
(stoomschip). In enkele,
vooral op een technisch
publiek gerichte
publicaties wordt in het
voorvoegsel ook wel het
aantal schroeven tot
uitdrukking gebracht:
"dss"
(dubbelschroefstoomschip).
Het gebruik van het
voorvoegsel "De"
is een gevolg van het
spraakgebruik, thans
terugkerend in de naam van
de huidige eigenaar
("De
Rotterdam"),
maar 'De' behoort niet
tot de scheepsnaam.
Achtervoegsels in de vorm
van getallen in meestal
Romeins ("V") of
soms Arabisch
("5") schrift,
op
de juiste wijze veelal
tussen haken geplaatst
("(V)"), geven
aan het hoeveelste schip
van die naam het is voor
een bepaalde rederij. De
Rotterdam was het vijfde
schip van die naam voor de
HAL, vandaar:
"Rotterdam (V)".
Van 11 februari tot en met
9 april 2006 was er in het
Nederlands Fotomuseum
(NFM)
in Rotterdam een
tentoonstelling over de
Rotterdam. Hierin waren
foto's te zien van de
HAL-fotografen Daniël van
de Ven en Harry Mosch en
van particulieren. Bij de
tentoonstelling verscheen
een catalogus.